Werkbladmateriaal voor laboratoria
"...Het ideale labblad is een schaap met vijf poten: chemisch resistent, goed te reinigen, goede mechanische en fysische eigenschappen, stijlvol en gunstig geprijsd. (…) Het lab dient naast werkplek ook representatief te zijn..."
(Laboratorium Praktijk, augustus 1994)
De verscheidenheid in verkrijgbare werkbladmaterialen maakt de keuze voor de gebruiker niet eenvoudig. Daarom hier een overzicht van de meest gangbare werkbladmaterialen. Naast de materiaaleigenschappen wordt ook steeds meer aandacht gegeven aan de esthetische waarde van het product. De uiteindelijke keus is vaak een compromis tussen deze twee factoren.
Polypropyleen (PP) ontstaat door polyadditie van propyleen. Met behulp van de juiste katalysatoren (Ziegler-Natta katalysator) worden de methylsubstituten ten opzichte van de hoofdketen op de gewenste manier gerangschikt. Deze rangschikking is bepalend voor de eigenschappen van het ontstane polymeer. Door de tweedimensionale structuur heeft polypropyleen een lage thermische stabiliteit (temperatuurbestendig tot ca. 110°C), maar een goede bestendigheid tegen een groot aantal chemicaliën, waaronder waterstoffluoride (HF).
Polypropyleen kan naadloos verwerkt worden en is een geschikt werkbladmateriaal voor bijvoorbeeld isotopenlaboratoria en op plaatsen waar met HF wordt gewerkt.
Roestvaststaal (RVS) bestaat uit ijzer, nikkel en chroom en is goed bestand tegen veel chemicaliën. De investeringskosten zijn echter relatief hoog. Andere nadelen zijn dat het blad in een later stadium niet gemakkelijk aan te passen is, en dat roestvaststaal intensief onderhoud vergt. Een werkblad van rvs is voegenloos leverbaar tot ongeveer 3 meter lengte en wordt vaak ondersteund met watervast multiplex.
Keramische tegels zijn zeer goed bestand tegen zuren en logen. De voegen zijn echter het potentiële zwakke punt: moeilijk schoon te houden en minder weerstand tegen chemicaliën. De tegels hebben een dikte van ca. 8 mm, en dienen te worden aangebracht op een watervaste ondergrond. Het meest geschikte voegmateriaal is epoxyhars. De tegels hebben dezelfde fysische eigenschappen als de Steinzeugbladen.
Keramische bladen (Steinzeug) zijn zelfdragende werkbladen en uitermate geschikt voor toepassing in laboratoria. Keramische werkbladen [link Keraplan] zijn bestand tegen alle chemicaliën, met als uitzondering fluorwaterstof en geconcentreerd heet loog. De grondstoffen van een keramisch werkblad zijn kwarts, veldspaat en zand. Een combinatie hiervan wordt langdurig op een temperatuur van 1240° C. gebakken, en vervolgens afgewerkt met een glazuurlaag (op silicaatbasis) in verschillende kleuren. Doordat keramiek een product is dat zichzelf vormt bij het bakken, kunnen de afmetingen en kleuren licht afwijken.
De maximumlengte van een werkblad (voegvrij) is ca. 2 meter; de maximale breedte is 90 cm. Duurzaamheid, weinig onderhoud en volledig recyclebaar materiaal zetten de investeringskosten in een breder perspectief.
Epoxyharsen zijn polyethers. De eigenschappen van epoxyharsen zijn terug te voeren op de aanwezige driedimensionale netwerkstructuur. De werkbladen op epoxyharsbasis worden veelal met glasvezel versterkt.
De relatief makkelijke verwerkbaarheid spreekt in het voordeel van epoxy. Nadeel is echter dat de chemische bestendigheid beperkt is. Zo kan met een veel gebruikt middel zoals methanol het materiaal aangetast worden. Bovendien is epoxy slecht recyclebaar.
HPL-Compact is een massief bladmateriaal bestaand uit geperst cellulosevezel, dat geïmpregneerd is met een speciale fenolhars. De panelen zijn veelal voorzien van een gekleurde acrylaatlaag. De maximumlengte is circa 3,5 meter. Voordeel is de relatief gunstige prijs. De bladen zijn echter beperkt chemisch bestendig en gevoelig voor kleurstoffen.
- Klik hier voor een tabel met testresultaten van de verschillende materialen





